Hoe zou de wereld er uit zien als je alles wat de ander denkt maar niet zegt, kan horen of lezen. Gedachten zoals: “Ik geloof je niet.”; “Wat ben ik toch verliefd op je.” ;”Wat een rotkind is Piet toch”; “Help ik kan dat niet!”; “Ben je weer  je zakken aan het vullen?”;  “Wat heb jij prachtige ogen.” ; “Het is beter als jij dat niet weet”;  “Ik heb toch gelijk.”;  “Oeps als ze me maar niet door hebben!” ; “Doe niet zo onzeker!” ; “Wat ben jij slim!” ; “Wat een tijdverspilling!”;  “Ik gun het je niet!” ; “Ik wil je niet zien!” ; “Wat ben je toch een eikel!”;  “Ik hoop dat je me ook aardig vindt”; “Ze komen er hopelijk niet achter.” Als je dit allemaal van elkaar weet kan je twee dingen doen. Net doen alsof het er niet is, en dat is gebruikelijk. Of er iets mee doen…

Als we dit allemaal van elkaar weten zouden we veel meer weten over hoe de ander ons ziet en wat de ander wil bereiken. We zouden dus meer het goede maar ook het slechte van anderen weten. Althans als we de gedachten serieus zouden nemen. En waarom zou je dat niet doen? Je zou kunnen denken “ach wat betekent het nu dat die ander dit denkt. Hij stelt niets voor.”  Maar ook dat kan dan de ander lezen. Wat zou dat voor effect hebben? Ze zullen elkaar misschien niet meer spreken als dat niet nodig is. Is dat erg? Ze nemen elkaar niet serieus. Prima. Maar als ze met elkaar moeten werken of vanwege een andere reden elkaar tegen het lijf blijven lopen, zullen ze toch wat moeten met die gedachten. Stel dat Peter (P) vindt dat Karel (K) onzin uitkraamt en Peter en Karel allebei weten dat Peter dit denkt. Hoe het gesprek zich ontwikkelt hangt van heel veel factoren af. Maar het prikkelt mijn fantasie. En in mijn fantasiewereld zou ik hopen dat Karel en Peter niet net doen alsof er niets aan de hand is, maar dat het ongeveer als volgt verder gaat.

K: “Je vindt dus eigenlijk dat ik ook onzin uitkraam.”
P: “Ja eigenlijk wel.”
K: “Grappig, dus we verwijten elkaar hetzelfde.”
P: “Ja eigenlijk wel.”
K: ”We lijken dus op elkaar.”
P:” Ja, blijkbaar wel.”
K: ”Grappig, ik vind mezelf wel leuk dus dan zou ik je ook leuk moeten vinden.”
P: “Dat vind ik een mooie redenering. Zullen we dan maar een biertje gaan drinken?”
K: ”Prima.”

Als je het gesprek niet aangaat lijkt het me toch lastig om de gedachten van de ander te negeren. Zeker als je elke dag merkt dat mensen ongeveer hetzelfde over  je denken. Dit gebeurt in ieder geval in de film What Women Want met Mel Gibson (http://www.imdb.com/title/tt0207201/). Hij wordt er door het weten wat de anderen denken een mooier mens van. Nadat hij ‘hoorde’ wat voor eikel ze hem vonden!

Misschien goed om de kinderen op school gedachten te leren lezen. Ik heb door mijn vak gezien dat we hier prima toe in staat zijn. Oefen maar een dag door jezelf steeds de vraag te stellen “wat denk ik dat hij of zij denkt maar niet zegt”.  En probeer er vervolgens iets goeds mee te doen.