Een hondenleven. Klinkt niet al te best. Maar als ik goed naar mijn hond kijk denk ik dat een hondenleven nog zo slecht niet is:

  • Hij weet wanneer hij zin in spelen heeft en wanneer niet;
  • Hij geeft heel duidelijk aan wanneer hij geknuffeld wil worden en geniet er dan ook met volle teugen van;
  • Hij kan zich volledig laten gaan als hij zich in de modder rolt en als zijn instinct zegt dat hij achter een meerkoet (of nu in Curacao een leguaan) moet gaan is hij ook niet te stoppen hoe hard wij ook roepen;
  • Hij weet wanneer hij moet aanvallen om zijn roedel te beschermen.

Kortom, hij heeft zich niet laten misleiden door zijn neo-cortex. Ik wel. Ik heb de laatste 11 jaar zo hard gewerkt dat ik niet meer weet hoe ik weer kan ontspannen. Ik heb weinig zin in spelen. Ik voel me aangevallen zelfs wanneer ik niet wordt aangevallen. Met andere woorden doen mijn functies het niet meer zoals ze het moeten doen. En nu ik dat besef en “het” weer terug wil, lukt dat niet zomaar. Niets doen voelt ongemakkelijk. Maar in iets doen heb ik geen zin. En dan denk ik: “Ik wil ook een hondenleven!”