Ik heb net het “Puber Opvoedboek” gelezen van Marina van der Wal en Jan Dijkgraaf. Een aanrader. De strekking van het verhaal staat me aan. Het boek richt zich op ouders met als boodschap: Leef je in in je puber, houd rekening met en accepteer wat hormonen, groei en hersenen doen met hun, maar geef ook leiding op cruciale onderwerpen en tenslotte “pick your fights”. Laat dus vooral ook veel na. Wat ik verder ook prettig vind, is dat de schrijvers ideeën die van oudsher bestaan over opvoeden zoals: “je moet de kinderen een eindtijd meegeven als ze uitgaan” ter discussie stellen. Ik denk zelf echter dat het werkelijk uitvoeren van de tips heel wat moeilijker is dan het gemak waarmee de schrijvers het brengen. Dat de kinderen moeten helpen in de huishouding is mij allang bekend. Het lukt me alleen niet zo goed. Wat ik daar precies aan moet doen, lees ik niet in het boek.

Al de lessen, die je overigens soms tussen de vele woorden die ze gebruiken moet zoeken en nog niet echt kan vinden, zijn overbodig als je continu met je kinderen in gesprek bent. Ik denk zelfs dat je het gesprek al ruim voordat de pubertijd aanbreekt moet beginnen! Dan zitten de hormonen die voor defensiviteit zorgen het gesprek nog niet in de weg. Ik heb menig keer versteld gestaan van de suggesties die ik van mijn kinderen kreeg over hoe ze door mij opgevoed willen worden: “mam, ik wil op gitaarles en als ik er van af wil dan moet je dat niet goedkeuren”; “mam, je zegt wel dat ik een week niet op de iPod mag maar morgen laat je het toch weer toe”. Veel van wat ze zeggen is dus feedback en feedback is niet leuk maar als je je ervoor openstelt eigenlijk wel want je kan er veel mee. Nu is het wel zo dat je onbewust heel eenvoudig een cultuur kan creëren waarin de kinderen de feedback niet meer durven geven. Met zinnen als “houd je grote mond”, “houd je brutale mond” zeg je eigenlijk “ik sta niet open voor jouw feedback want ik ben de ouder en heb toch gelijk” en of “ik wil niet weten wat je van mij en mijn opvoeding vindt” en of “ik tolereer geen kritiek” en of “je boodschap doet er niet toe als je het niet conform mijn normen brengt”. Ga maar na of je het wel eens gezegd hebt. Ik wel. Gelukkig heb ik dat (bijna) afgeleerd! Ik zal het niet meer snel zeggen. De feedback die ik van mijn kinderen krijg belonen me en overtuigen me dat het goed is om ze wel te laten zeggen wat ze denken. Hoe pijnlijk het soms ook is.

Ik ben er ook van overtuigd dat de kinderen graag willen dat je trots op ze bent. En als ze gaan puberen en ze nemen jou NIET serieus heb je waarschijnlijk in de pre-pubertijd al heel wat kansen laten schieten wat betreft het bouwen aan het vertrouwen in de onderlinge relatie tussen jou en je kind. En het idee dat je niet met je kind kan praten als ze 4 zijn is wat mij betreft onzin. Natuurlijk moet je wel rekening houden met de leeftijd van het kind maar praten kunnen ze! Als je veel gesprekken met je kinderen hebt ontdek je ook dat ze het heerlijk vinden om te vertellen maar nog fijner vinden om jouw verhalen over vroeger te horen: “pap, was jij wel eens stout, wat deed je dan?” en “mam, wanneer heb jij voor het eerst gezoend”. En soms vind ik het moeilijk om door te gaan en open te zijn als ze dan doorvragen en het persoonlijk wordt en je misschien iets minder leuks moet vertellen.” Hoe was dat, dat hij verliefd werd op een ander. Wat deed jij toen.” “en toen?” en “wat nog meer”.

Maar openheid wordt beloond. Mijn oudste had wel eens de neiging om mijn sms-jes te lezen. Ik probeerde duidelijk te maken dat ik dat niet prettig vond. Mijn zoon vertaalde dat naar “je vertrouwt me niet en je hebt geheimen voor mij”. Pas toen hij zelf een Smartphone kreeg, begreep hij waarom ik het niet wilde en begon hij mijn privacy echt te respecteren. Tot die tijd heb ik hem mijn sms-jes laten lezen omdat ik hem niet het gevoel wilde geven hem niet te vertrouwen maar verwijderde ik wel die sms-jes die minder goed voor hem waren. Het leren van een boodschap gaat soms in stappen.

Het onderwerp roken en drinken komt regelmatig terug in het boek. Ook dit kan je door er op tijd met je kinderen over te hebben, dus al voor de pubertijd, heel veel mee bereiken (maar niet als je zelf rookt en veel drinkt). Althans dat denk ik en hoop ik. Mijn kinderen zijn net aan het puberen dus ik moet zien of het echt werkt. Mijn kinderen weten alles van de consequenties van roken en drinken en ik merk aan hoe ze reageren op kinderen die ze zien roken dat ze dat heel raar vinden. We hebben ook uitgebreid gesproken over de groepsdruk die maakt dat je mee wilt doen en hebben ook samen oplossingen besproken hoe ze zich ertegen kunnen beschermen. En de oplossingen komen niet uit een boekje maar verzinnen we samen in de gesprekken die we voeren.

Soms ben ik bang dat we te open zijn en teveel delen, over geld, over relaties, over sex noem maar op. Misschien maken we ze te volwassen, te vroeg. Tegelijkertijd heb ik sterk de indruk dat de jongste soms maar kleine onderdelen opneemt van het gesprek terwijl de anderen meer opzuigen. Ik denk dat veel zichzelf zichzelf reguleert. Natuurlijk maakt het wel uit hoe je e.e.a. bespreekt. Als je bijvoorbeeld over sex praat met een vies gezicht of over geld met een zorgelijk gezicht dan heb je een ander effect dan wanneer je over die onderwerpen met een ontspannen gezicht praat. Daar ben ik me natuurlijk wel van bewust.

Het gesprek aangaan wanneer de emoties hoog oplopen is het lastigste wat er is. Willen straffen en daarbij boosheid laten zien, was voor mij een automatische reactie. Wat heb ik hard (mentaal) moeten werken om die automatische piloot te doorbreken! Uitspraken van Dr. Phil dat hij nooit heeft geschreeuwd tegen zijn kinderen hebben diepe indruk op mij gemaakt. “Dat kan toch niet”, dacht ik toen ik het hoorde. Maar inmiddels geloof ik wel dat het kan, of in ieder geval dat je het kan inperken. Als je overtuigd bent dat schreeuwen naar je kinderen “will change who they are” in negatieve zin dan laat je het wel uit je hoofd. We willen toch allemaal dat onze kinderen mooie mensen worden? Dat ga je toch niet bewust verstieren?

Wanneer je neiging is om je kind naar zijn kamer te sturen, maar je dit niet doet en jezelf dwingt om aan tafel te gaan zitten om samen alles uit te praten ontdek je dat het heel veel oplevert. In de eerste plaats inhoudelijke resultaten. Bijvoorbeeld, ik ontdekte dat mijn kind boos was omdat ik iets had beloofd, maar was vergeten, en hij dat op zijn broertje uitleefde. Maar in tweede plaats ook een emotioneler inzicht: door niet boos te doen, maar lief op een moment dat dat niet voor de hand lag (want hij pakte zijn broertje hard aan), gaf ik hem iets wat ik zelf nooit kreeg, maar wel had willen krijgen als kind. En dat gaf bij mijzelf een emotionele reactie. Het motiveerde mij extra om mijn kind dat steeds weer te geven. Wat ik ook ontdekte was door te laten zien dat ik gewoon iets kan toegeven omdat ik iets onhandigs heb gedaan, de kinderen dit ook gaan doen. Goed voorbeeld doet volgen. Maar zelfs met de positieve ervaringen blijft het blijft lastig om niet boos te worden en gaat het toch nog regelmatig fout. Ik ben maar een mens denk ik dan. En gelukkig ben ik niet alleen. Met mijn geliefde maar ook maatje in opvoeden heb ik afgesproken dat we elkaar corrigeren als we niet het gesprek met het kind aangaan, maar gewoon lekker boos worden. Want dat blijft soms verleidelijk, als je helemaal gelijk denkt te hebben…